Categoriearchief: Zonder tweets

Cuba 2010, dag 4: De jaren ’50 taxi

Vroeg op en met de bus onderweg naar Trinidad. We reizen per luxe, door de staat geregelde, van airco voorziene touringcar. De rit gaat behoorlijk vlot over de enige autosnelweg van het eiland – vooral door gebrek aan ander verkeer. Ook binnenwegen leveren geen vertraging op, de busreis duurt vijf en een half uur inclusief 2 stops.
Langs de kant van de weg staan veel lifters, ook onze chauffeur neemt zo nu en dan een paar mee; andere lifters belanden onder andere op trucks. De bussen voor bewoners zijn geen pretje: oud materiaal, heet, stampvol. Sommigen komen uit Nederland en hebben als bestemming nog Nederlandse haltes, bijvoorbeeld Dortse Kil, Amersfoort en Ridderkerk; ons afgedankt materiaal rijdt hier dus gewoon nog.

Tijdens de rit heb ik genoten van het Cubaanse landschap, het is veel groener dan ik had verwacht in deze hitte (het is elke dag boven de dertig graden); het regent genoeg kennelijk. Her en der zie je boerderijen; in de tweede helft van de rit, weg van de snelweg, kom je door allerlei dorpjes waarin je vaak kleurrijke huisjes ziet. Zoals gezegd heb ik me prima vermaakt met het uitzicht.

Ons was beloofd dat we voor de deur van ons hotel afgezet zouden worden, maar dat bleek niet waar, we werden er voortijdig uitgezet. Behulpzame taxichauffeurs wilden ons graag brengen, we gingen met een oude Amerikaanse auto mee – iets wat absoluut op mijn verlanglijstje stond. Niet dat dat comfortabel is – het is snikheet in zo’n ding en de achterraampjes kunnen niet open. Airco? Niet in de jaren ’50.
Bij het hotel aangekomen het volgende probleem: we hadden niet over de prijs onderhandeld voordat we vertrokken met de auto, dat werd dus dokken. Eerst dik vijf uur met de bus voor 25 pesos per persoon, nu voor een paar minuten auto er 3 per persoon bij. Ach ja.

Het hotel is uitstekend, het ligt op een helling met prachtig uitzicht over Trinidad, tot aan de zee. We hebben nog een kort bezoekje gebracht aan de stad; eten doen we bij het hotel – we hebben het toch inclusief eten betaald.

Lees verder

Cuba 2010, dag 3: Treinkaartjes kopen

Computers in het dagelijks leven in Cuba bestaan niet. Hotels hebben her en der een internet pc, maar verder is alles handwerk, bonnetjes schrijven en benadrukken dat het papiertje dat je krijgt, waanzinnig belangrijk is en dat je het goed moet bewaren.

Eerst geld halen, dat kan op een beperkt aantal plaatsen. Ik bestel 250 pesos met mijn creditcard, het bankmeisje gaat aan de slag met mijn kaart en paspoort, vult vanalles in, roept er iemand anders bij ter controle en even later krijg ik mijn geld. De 250 pesos kosten ongeveer 279 dollar.
Geldautomaten? Ze bestaan maar niet of nauwelijks voor toeristen.

We willen morgen met de trein naar Cienfuegos, niet ver van Trinidad, dus lopen we naar het treinstation. Tot onze verbazing hangt nergens een dienstregeling en zien we ook geen balies waar je kaartjes kunt kopen. Stom van ons natuurlijk – kaartjes koop je niet op het centraal station maar in een bijstation ergens verderop.
We vinden het en gaan in de rij bij balie 2. Achter ons zitten veel mensen op bankjes, de reden ontgaat ons volledig, dit is een verkooppunt, hier vertrekken geen bussen of treinen.
Na een tijdje wachten worden we plotseling gestuurd naar balie 4. Daar gaan we staan op een plek waar volgens ons de rij is; achteraf denk ik dat we verkeerd stonden, we werden links en rechts ingehaald. Er ontstond zelfs ruzie om ons heen, mede veroorzaakt door een medewerker van het verkooppunt die oreerde dat maar 1 persoon tegelijk mij de balie mocht staan. Er ontvlamde een verhitte discussie die wij maar aan ons voorbij lieten gaan (al was het maar omdat we er geen woord van verstonden), maar het probleem was niet weg: wij werden niet geholpen. De man achter de balie was continu tickets aan het schrijven; ja echt schrijven – de hele dag door tickets schrijven en stempelen.
Na een uur of twee daar dicht op de balie gestaan te hebben krijgen we aandacht en bestellen twee treinkaartjes naar Cienfuegos. De man achter de balie kijkt ons verstoord aan en zegt dat we een gebouw verderop moeten zijn…..

Dat gebouw verderop is inderdaad iets aannemelijker, er is een spoor, en er zijn balies waar Trinidad bij staat. Op zich vreemd want de trein komt helemaal niet in Trinidad. Dus verder zoeken en even later vinden we balies waar je kaartjes kunt kopen naar Cienfuegos; alleen komen we er niet in want we worden tegen gehouden door een veiligheidsbeamte. Blijkt dat je kaartjes alleen op de dag zelf tot één uur van tevoren kunt kopen, in ons geval tussen 5:00 en 6:30 want onze trein vertrekt om 7:30.

Tijd om deze optie achter ons te laten; we gaan naar een Infotur winkeltje, een soort reisburo van de staat. We kunnen morgen voor ongeveer 25 euro per persoon met een bus bijna van deur tot deur reizen; vertrek 8:30, een iets fijnere tijd. We regelen er ook gelijk een hotel bij, het enige officiële toeristenhotel in Trinidad. Helaas is al het eten inclusief, kan niet anders; toch maar geboekt want het is desondanks goedkoper dan het huidige hotel.

Eten doen we vanavond bij een Libanees restaurant, lekker gekruid.

Lees verder

Cuba 2010, dag 2: De ontbijtpapegaai

Onze ontbijt-vogel

Ons hotel is vroeger een landhuis geweest, en verbouwd tot  toeristenhotel. De kamers zijn statig en groot; er is een soort  openlucht binnenplaats en daar wordt het ontbijt geserveerd. We hadden  al gelezen dat Cubanen geen geweldige koks zijn en dat klopt wel, geen  bijzonder ontbijt: wat droog stokbrood en een omelet. Zout is er maar geen peper, Cubanen doen heel weinig met specerijen.

Grappig is wel dat een papegaai gezellig bij je tafel komt zitten op  de leuning van een stoel (en zomaar uitwerpselen op de zitting  deponeert). Vrouwen mogen hem aaien, als een man dat probeert wordt  ‘ie boos.

We wandelen rustig wat door de buurt, prachtige pleinen en  verwaarloosde gebouwen wisselen elkaar af, er is duidelijk onderscheid  tussen wat voor toeristen bedoeld is en wat voor Cubanen. We hebben  het Capitool bekeken, zijn door de hoofdwinkelstraat Obispo gewandeld,  aan zee geweest en hebben op het plein bij de kathedraal een mojito  gedronken.
Je moet je niet teveel bij de winkelstraat voorstellen, er zijn geen  bijzondere dingen te koop. Ik wilde nog een geheugenkaartje kopen voor mijn fototoestel maar dat kan ik vergeten. Grotendeels lege schappen,  in welke winkel dan ook, is erg normaal.

Ik sta op foto-ransoen, gezien de hoeveelheid ruimte die ik heb mag ik 60 per dag maken.

Cuba 2010, dag 1: Inflight non-entertainment

Mojito's!

Vandaag reizen we naar Cuba. Aswolken zijn verwaaid en we vertrekken  op tijd richting Parijs waar we drie uur moeten wachten op de aansluiting  naar Havana.
De vlucht van Parijs naar Havana duurt zo’n negen en een half uur en  gaat over een afstand van 7750 kilometer. Eenmaal in de lucht in de  Boeing 777 proberen we de inflight entertainment die film-on-demand  belooft, maar nee, continu meldingen dat alle kanalen bezet zijn. Ook  omschakelen van Frans- naar Engelstalige menu’s van het systeem lukt meestal niet;  verder springt het scherm regelmatig naar kanalen waar je niet om  gevraagd hebt. Compleet waardeloos.

Maar we komen verder probleemloos in Cuba aan; de volgende hindernis  wordt de douane. We staan ongeveer een uur in de rij voor we op de  foto mogen bij de douane-juffrouw, die bovendien het paspoort en het  visum heel precies controleert; vervolgens naar de volgende hindernis:  het invullen van de gezondheidsverklaring. Vooral invullen dat je  nergens last van hebt en niet bij een hoestend iemand in de buurt bent  geweest.
Volgende hindernis: je bagage vinden. Er zijn twee bagagebanden en  beide zijn te klein, koffers worden eraf gehaald en in de hal  neergezet. Op zoek dus, maar die van ons stonden er niet tussen,  gelukkig verschenen ze even later op een van de banden.

De avond is ondertussen ingevallen als we met een bus van het reisburo  naar ons hotel gebracht worden. Je wordt niet vrolijk van de busrit,  het is donker en straten zijn nauwelijks of slecht verlicht. En dat wat je ziet is erg troosteloos.
Eerst worden andere passagiers bij hun hotel afgezet, wij zijn de  laatsten en moeten bovendien een eind lopen want de bus kan niet bij  ons hotel komen. Wij zaten al te denken: waar komen we nou weer  terecht, maar dat pakte erg goed uit. We zitten in een prachtige buurt  van Havana die voor alle verkeer afgesloten is. Het hotel is  uitstekend, inclusief onze kamer.

Nog even het plein op voor een mojitootje en luisteren naar Cubaanse  muziek – overal spelen bandjes.

We zijn nu echt op vakantie!

Sneak Preview: L’Immortel

De gepensioneerde maffioso Charly Matteï (Jean Reno) is na een lange, gewelddadige loopbaan bij de Franse maffia in Marseille uit de misdaad gestapt. Hij geniet nu al drie jaar van het gezinsleven met zijn vrouw en kinderen. Maar de rust wordt wreed verstoord wanneer er een meedogenloze moordaanslag op hem wordt gepleegd.

Wonder boven wonder overleeft Matteï de aanslag. Hij realiseert zich dat zijn oude vijanden nog een rekening met hem te vereffenen hebben. In zijn ogen kan er maar één man zijn die het lef heeft om achter hem aan te komen, Tony Zacchia (Kad Merad). Matteïs zint op wraak en zet alles op alles om Zacchia terug te pakken.

‘The Immortal’ (‘L’Immortel’) is een genadeloze thriller die is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De hoofdrol wordt vertolkt door de Franse acteur Jean Reno. Hiermee is hij, na komische uitstapjes in ‘The Pink Panther 2’ en ‘Couples Retreat’, weer helemaal terug in het genre waarmee hij ooit in ‘Léon’ zijn internationale doorbraak maakte, misdaad.

Ondanks de chaotische start krijgt de film L’Immortel toch nog een zeven; hij is uiteindelijk toch wel redelijk spannend.