Categoriearchief: Zonder tweets

Kaaapstad 2011/2: bustour

Pas ergens in de middag komen we onze hotelkamer uit en mag ik eindelijk een Big Mac waar ik al zo lang over gezeurd heb. Hij smaakt zoals het hoort net als in Nederland al had van mij het bolletje iets zachter gemogen.

We lopen langs een halte van de sight seeing bussen en besluiten dat dat nog wel een leuke activiteit voor vanmiddag is. Zonnebrand en fototoestel halen, en terug naar de halte. Er zijn twee lijnen, de blauwe en de rode. We kiezen voor de blauwe lijn omdat die helemaal achter de Tafelberg langs rijdt.
Het blijkt dat achter die Tafelberg een heel ander klimaat heerst, het regent er veel meer dan aan de stadskant; inderdaad is het aan die kant veel groener en zeer boomrijk. Er is onder andere een grote botanische tuin aangelegd met alleen maar planten die uniek zijn voor Zuid-Afrika. Ook leuk is dat je veel verhalen hoort over dit gebied, zowel over heden als verleden.

Vandaag is de Tafelberg vrijwel de hele dag niet te zien, er hangt continu een wolk overheen. Ik ben blij dat we gister naar boven zijn geweest.

Vincent heeft gelezen dat aan het eind van de straat Waterkant een buurtje moet zijn met wat homokroegen, we gaan verkennen. Eerst de straat Strand oversteken, daarna de Waterkant in. Overigens heb je hier ook de Heerengracht en Keizergracht, het blijft leuk die Nederlandse namen.
Hoe verder we lopen hoe meer je het gevoel krijgt dat je de stad uitloopt, het wordt steeds stiller maar plotseling doemen wat zaakjes op. Een zijstraatje blijkt uit te komen op een erg gezellig pleintje, we gaan bij een Italiaan zitten om wat te eten. Door de drukte moeten we buiten zitten, het gaat maar net want het is vandaag een stuk koeler dan gister. Bovendien ben ik een beetje verkleumd op de bus, vooral op de hoger gelegen delen van de bustocht was het niet echt warm.
Na weer een heerlijke maaltijd voor 35 euro (voor ons samen!) gaan we in dit buurtje aan de wandel en vinden inderdaad enkele kroegen. Als we bij één van die kroegen naar binnen gaan komt er een vrouw naar ons toe en tikt ons op de schouder. Blijken het twee vrouwen te zijn, Meike en Linda, die we onderweg in Londen ontmoet hebben, we zaten op dezelfde vluchten van Schiphol naar Kaapstad. Konden we lekker even elkaars vakantieervaringen uitwisselen.

Vele biertjes en uren later lopen we weer naar ons hotel.

Kaapstad 2011/2: Op de Tafelberg

De tafelberg is een niet te missen rotsformatie bij Kaapstad, geflankeerd door twee pieken. Zoals we ook in het binnenland vaak zagen hangt ook hier regelmatig een wolk over de berg, hopelijk kunnen we vandaag naar boven.

Terwijl we aan een kopje koffie zitten in het centrale park van de stad niet ver van ons hotel, zien we dat de wolk die boven de tafelberg hing aan het verdwijnen is. We wachten niet te lang en gaan onderweg.
De tafelberg heeft vanaf de stad gezien een platte bovenkant, ik ben benieuwd of dat bovenop ook zo is. De berg is erg steil, gelukkig is er een kabelbaan die je naar boven kan brengen. Alleen begint de kabelbaan niet midden in de stad maar aan de voet van het steile gedeelte, omgeveer 350 meter boven de zeespiegel. Vol goede moed beginnen we aan de wandeling richting de kabelbaan, het wordt een zware tocht met behoorlijk steile stukken en het is erg warm vandaag. Onderweg heb je steeds een prachtig uitzicht over de stad en de haven.
Op driekwart van de route schrikken we: er staat een bordje dat de kabelbaan gesloten is! Shit, eerst Robbeneiland, en nu dit. We staan even te kijken met wat andere mensen en dan zien we plotseling toch een gondel van de kabelbaan bewegen. Gelukkig.
Bij de kabelbaan aangekomen mogen we in de rij voor kaartjes: drie kwartier wachten. Dan nog zeker een half uur voor we met één van de twee gondels naar boven kunnen. De wachtende mensen worden regelmatig gekoeld met een waternevel, het is nog steeds erg warm op deze wolkeloze dag.

En dan zijn we boven! 1 kilometer boven de zeespiegel met prachtige vergezichten in alle richtingen. Het mooist vind ik het uitzicht over de stad, ook Robbeneiland is heel erg goed te zien en is groter dan ik had verwacht.
De bovenkant van de berg is redelijk vlak, en toch ook weer niet, het is vlak in de zin dat het verschil tussen het hoogste en laagste punt maar een meter of 30 is; het is niet vlak omdat er allemaal steenbulten liggen wat het wandelen nogal lastig maakt.
Gelukkig zijn er een paar routes uitgezet, wij nemen die van drie kwartier en in die tijd loop je de hele bovenkant rond, inclusief allerlei fotostops.

Na de wandeling drinken we een glaasje wijn op de berg in het restaurantje dat daar gebouwd is. Je mag je glas zelf inschenken, en wij doen dat op zijn Nederlands: het glas lang niet vol. De caissière is ontevreden, haalt de fles erbij en schenkt de glaasjes tot de rand toe vol – dat hoort hier kennelijk zo want ook op andere plekken krijg je meestal zeer goed gevulde glazen.
We moeten weer in de rij voor de kabelbaan om naar beneden te gaan, tegen de tijd dat we aan de beurt zijn schuift er weer een wolk over de berg, het is prachtig om te zien hoe de wolk over de rand van de berg heen valt. Overigens lost de wolk na enkele uren weer op en zien we tot diep in de nacht licht op de berg, de kabelbaan is tot 1 uur vannacht open.

We zijn stoer en lopen weer terug naar de stad, we hebben eenmaal terug in het hotel vandaag al bijna 19 kilometer gewandeld. Onderweg zien we dat enkele grote straten afgezet zijn, het blijkt te maken te hebben met een optocht die vannacht tussen 10 en 3 gehouden gaat worden in het kader van het vieren van het nieuwe jaar. Er zitten eind van de middag al mensen op tuinstoelen achter de dranghekken.

Na een bezoek aan Thais restaurant zien we het begin van de optocht, het zijn groepen mensen die muziek maken en dansen, het doet erg denken aan een carnavalsoptocht.
We lopen door naar de haven om daar het nieuwe jaar in te luiden. Er zijn duidelijk twee stromen mensen in de stad, de ene helft gaat naar de optocht, de andere helft naar de haven. Het is er erg druk en het is lastig iets te drinken te krijgen. Er staan lange rijen voor een ijs- en hotdog tent, verderop kunnen we nog net en blikje fris scoren. Drank is totaal niet te koop op straat, ook de rest van de avond zien we niemand alcohol drinken op straat; het kijkt erop dat dat verboden is.
Klokslag 12 uur is er vuurwerk boven de haven en wenst iedereen elkaar een gelukkig nieuwjaar, na het vuurwerk begint iedereen weer te lopen waarvan velen richting binnenstad. We doen er een kwartier over om een bruggetje over te komen, en plotseling is er weer vuurwerk. Waarschijnlijk heeft het vuurwerk de eerste keer niet goed gewerkt en maken ze het nu af.
In de Long Street is het ongelofelijk druk, zingende en dansende mensen tussen de auto’s die door de stad proberen te rijden – dat valt niet mee omdat enkele belangrijke routes zijn afgezet door de optocht.

We kijken nog even bij de optocht waar nog steeds ploegen mensen voorbij komen die muziek maken en dansen, en gaan dan terug naar het hotel. Slapen zit er nog niet in, om half drie verstomt het lawaai van de optocht en kunnen we gaan slapen.
Om half zeven komen de buren van onze hotelkamer luidruchtig binnen, gelukkig zijn ze ook snel weer stil.

Kaapstad 2011/2: Naar Kaapstad

We gaan naar Kaapstad waar we de laatste 4 nachten van de vakantie doorbrengen.

De rit van vandaag gaat via langs de kustlijn, eerst opnieuw Hermanus, dan Betty’s Bay, en bij Gordons Bay linksaf richting Kaapstad.
Bij Hermanus liepen we al snel vast, het werd een heel lang stuk zeer langzaam rijden, het blijkt te komen door een stel stoplichten die elkaar kennelijk flink tegenwerken. Vermoedelijk is er ook veel vakantieverkeer, iedereen gaat er een lang weekeinde tussenuit.
Uiteindelijk komen we in Betty’s Bay aan, hier woont een kolonie pinguïns. Ze zitten in hele kluiten op de rotsen te zonnen, mijn eerste gevoel was dat het er erg veel zijn, maar het blijkt dat ze over een niet al te grote lengte van de rotsen zitten. Wel hutje mutje op elkaar, maar over een lengte van een paar honderd meter.
De beesten waren eerlijk gezegd kleiner dan ik had verwacht, de velen zagen er ook niet mooi uit. Dat komt omdat ze hun veren aan het wisselen zijn, en dat verklaart ook waarom ze op de rotsen zitten: zolang ze veren wisselen kunnen ze niet op vissen jagen en moeten ze teren op het vet dat ze afgelopen tijd opgedaan hebben.

Zuid-Afrikanen houden zich op de weg aardig aan de maximum snelheden, 120 of 100 buiten de bebouwde kom en 60 in de bebouwde kom. In de stad hebben kruisingen vaak vanuit alle richtingen een stop-bord zoals in Amerika; iedereen moet stoppen en om de beurt oversteken.
Er zijn maar heel weinig autosnelwegen, het meeste is dus tweebaans dat soms even driebaans wordt om inhalen mogelijk te maken. Daar waar het tweebaans is is de vluchtstrook vaak erg breed en die wordt dan ook volop gebruikt om elkaar in te halen. De ’trage’ auto gaat grotendeels op de vluchtstrook rijden, de snellere haalt in. Als de snellere voorbij is knippert hij een paar keer als dank met de alarmlichten.
Ik vraag me wel af hoe het hier rijden is buiten de vakantieperiode als alle vrachtauto’s op de weg zijn, we hebben er deze vakantie eigenlijk helemaal geen last van gehad maar bij gebrek aan treinen en rivieren zullen de meeste goederen toch over de weg vervoerd moeten worden.

We komen in Kaapstad aan, nu wordt het spannend, hoe vinden we ons hotel? We hebben geen TomTom met Zuid-Afrika kaarten, maar gelukkig heb ik een VincentVincent en die werkt net zo goed. Probleemloos komen we bij het hotel, ware het niet dat we het allerlaatste stukje niet in mogen omdat het eenrichtingverkeer is. Aan andere auto’s is te zien dat ze toch ook zo de straat ingereden moeten zijn, dus we doen het maar. Het gaat goed, nu nog een parkeergarage in met een smalle ingang en scherpe bocht. Lastig in een auto met het stuur aan de verkeerde kant.

Bij het inchecken blijkt dat de garage eigenlijk vol geboekt is, of ik maar even mijn autosleutel wil afgeven zodat ze de auto ergens anders kunnen parkeren. Schoorvoetend ga ik akkoord, hopelijk hebben we over een paar dagen nog een auto.

We wandelen naar de haven en zijn erg onder de indruk van de stad – zeer modern en luxe ingericht. Dit in tegenstelling tot de krottenwijken die kilometers lang langs de grote weg naar Kaapstad toe te vinden zijn. We zijn ook ten opzichte van de dorpen en steden waar we afgelopen tijd geweest zijn, in een heel andere wereld terecht gekomen. Mensen zien er veel hipper uit en de stad is veel minder blank dan we in de andere plaatsen zagen.
Onderweg naar de haven toe lijkt het rustig in de stad, maar bij de haven zelf is het een drukte van jewelste.

En dan een teleurstelling. We kijken rond bij de plek waar je rondleidingen kunt regelen voor Robbeneiland – en vinden daar een briefje waar op staat dat alles tot 5 januari vol geboekt zit. Dan zijn we alweer thuis – shit!

Op de terugweg lopen we over Long Street, een grote populaire straat met veel restaurants. We komen bij Mama Africa terecht en genieten van een lekkere Afrikaanse bobotie.

Kaapstad 2011/2: Rustdag

We blijven nog een tweede nacht in Stanford en maken er een zeer rustig dagje van. Ontbijt, uitgebreid de tijd nemen in de badkamer, lezen, internetten en veel Wordfeud spelen.

Tijdens het ontbijt vraagt een voorbijganger aan ons of wij een Toyota Corolla hebben. Ja, die hebben we. Oh, dan krijgen jullie nu een parkeerboete. Huh? Waarom? We mogen daar toch wel staan? Ja, dat mag, maar dan wel met de neus de andere kant op, het is hier verboden de auto aan de andere kant van de weg te parkeren tegen de rijrichting in, dat had ik juist gister gedaan omdat daardoor de auto in de schaduw kon staan.
We vertellen het de baas van het Guest House, hij raadt ons aan om het gewoonweg niet te betalen, daar hoor je toch nooit meer wat van.

In de middag gaan we toch nog even op stap, een wandelingetje langs de rivier brengt ons richting wijnmaker Stanford waar we drie wijnen mogen proeven. Helaas krijgen we erg kleine glaasjes wijn om te proeven, daarom gaan we bij Madre’s Kitchen dat op hetzelfde terrein ligt nog maar een glaasje drinken.

Terug in het plaatsje Stanford belanden we op het terras van de bar/restaurant bij ons guest house en raken nog meer aan de wijn en Wordfeud; we blijven zitten er zitten tot na het eten.

De komende dagen zullen weer wat drukker zijn: Kaapstad bekijken en nieuwjaar vieren.

Het is trouwens opvallend hoeveel gelegenheden alleen voor lunch, of ontbijt en lunch open zijn; veel zaken gaan om vier uur ’s middags alweer dicht. Dat merk je ook op wijnproeverijen: tot 4 uur mag je aan komen waaien, om 5 uur gaat de tent echt dicht.

De accommodaties waar we tot nu toe geslapen hebben zijn allemaal zeer ruime kamers, hier in Stanford zelfs een woonkamer en slaapkamer voor ons tweeën. We zijn altijd ruim onder de honderd euro per nacht voor twee personen gebleven.
De meeste plaatsen waar we geweest zijn hebben geen hotels, je bent aangewezen op Bed&Breakfast en Guest House accommodaties. Die zijn dus echt uitstekend, en ook prima bij het toeristenbureau in het plaatsje waar je aan komt, te regelen. Kom wel voor vier uur, daarna is het bureau dicht.

Kaapstad 2011/2: Zuidelijkste punt van Afrika

20111229-224145.jpgWe schuiven nog een stuk op richting Kaapstad, het doel is de plaats Hermanus – bekend van de walvissen die daar in het Zuid-Afrikaanse voorjaar te zien zijn. De kans is groot dat we te laat zijn, rond deze tijd zijn ze net verdwenen.

Maar eerst maken we een omweg via het zuidelijkste puntje van Het Afrikaanse continent bij het gehucht Agulhas. Daar komen we via de plaatsen Bredasdorp en Struisbaai – de namen hier brengen elke keer weer een lach op onze gezichten.
Het zuidelijkste punt is ook de scheiding tussen de Atlantische en Indische oceaan, volgens Vincent is er nogal een temperatuurverschil tussen beide wateren – hij heeft het zelf gevoeld. Leuk om hier geweest te zijn.
Het kan nog zuidelijker – Nieuw Zeeland en Chili gaan nog verder.

Door de omweg komen we in de tweede helft van de middag in Hermanus aan. Het is een langwerpig dorp van zeker zeven kilometer langs de kust en is blijkbaar erg populair: alle accommodatie zit vol volgens het toeristenbureau.
Helaas.
Waar moeten we nu nog wat vinden? Onderweg naar Hermanus kwamen we door het plaatsje Stanford, we besluiten terug te rijden in de hoop dat hier nog wel plek is. Volgens de Rough Guide sluit het toeristenbureau aldaar om vier uur, maar dat is het al geweest – op hoop van zegen. En die zegen is er, om twintig voor vijf komen we aan en staat het vrouwtje van het bureau met de sleutel in de hand klaar om af te sluiten. Ze wil ons nog wel helpen en niet veel later staan we met de koffers in een guest house.

Het plaatsje Stanford is zo mogelijk nog minder bedeeld dan Greyton, geen echte restaurants, alleen bar/restaurants. Er zit er een op nog geen 10 meter van waar we slapen, een prima plek voor een lekkere pizza.

Hier doet de WiFi het wel, zonder enig password zelfs…