Vandaag reizen we naar Cuba. Aswolken zijn verwaaid en we vertrekken op tijd richting Parijs waar we drie uur moeten wachten op de aansluiting naar Havana.
De vlucht van Parijs naar Havana duurt zo’n negen en een half uur en gaat over een afstand van 7750 kilometer. Eenmaal in de lucht in de Boeing 777 proberen we de inflight entertainment die film-on-demand belooft, maar nee, continu meldingen dat alle kanalen bezet zijn. Ook omschakelen van Frans- naar Engelstalige menu’s van het systeem lukt meestal niet; verder springt het scherm regelmatig naar kanalen waar je niet om gevraagd hebt. Compleet waardeloos.
Maar we komen verder probleemloos in Cuba aan; de volgende hindernis wordt de douane. We staan ongeveer een uur in de rij voor we op de foto mogen bij de douane-juffrouw, die bovendien het paspoort en het visum heel precies controleert; vervolgens naar de volgende hindernis: het invullen van de gezondheidsverklaring. Vooral invullen dat je nergens last van hebt en niet bij een hoestend iemand in de buurt bent geweest.
Volgende hindernis: je bagage vinden. Er zijn twee bagagebanden en beide zijn te klein, koffers worden eraf gehaald en in de hal neergezet. Op zoek dus, maar die van ons stonden er niet tussen, gelukkig verschenen ze even later op een van de banden.
De avond is ondertussen ingevallen als we met een bus van het reisburo naar ons hotel gebracht worden. Je wordt niet vrolijk van de busrit, het is donker en straten zijn nauwelijks of slecht verlicht. En dat wat je ziet is erg troosteloos.
Eerst worden andere passagiers bij hun hotel afgezet, wij zijn de laatsten en moeten bovendien een eind lopen want de bus kan niet bij ons hotel komen. Wij zaten al te denken: waar komen we nou weer terecht, maar dat pakte erg goed uit. We zitten in een prachtige buurt van Havana die voor alle verkeer afgesloten is. Het hotel is uitstekend, inclusief onze kamer.
Nog even het plein op voor een mojitootje en luisteren naar Cubaanse muziek – overal spelen bandjes.
We zijn nu echt op vakantie!

Computers in het dagelijks leven in Cuba bestaan niet. Hotels hebben her en der een internet pc, maar verder is alles handwerk, bonnetjes schrijven en benadrukken dat het papiertje dat je krijgt, waanzinnig belangrijk is en dat je het goed moet bewaren.
Vroeg op en met de bus onderweg naar Trinidad. We reizen per luxe, door de staat geregelde, van airco voorziene touringcar. De rit gaat behoorlijk vlot over de enige autosnelweg van het eiland – vooral door gebrek aan ander verkeer. Ook binnenwegen leveren geen vertraging op, de busreis duurt vijf en een half uur inclusief 2 stops.
We doen het rustig aan vandaag, extra verblijf regelen, wandelen door de stad, op een toren klimmen en ergens in de stad wat eten.