nepal-2008: Dag 13

God zij dank, of misschien beter: boedda zij dank!
Toen we om 4:30 wakker werden regende het pijpestelen en was het grijs buiten. Toen we later aan de thee zaten begon het buiten plotseling op te klaren, bergen werden zichtbaar; om half zeven was het plotseling helder weer, het kan hier snel omslaan.

We vertrokken met de vierde vlucht om 7:20; het gaat allemaal heel snel: het vliegtuig komt aan vanuit Kathmandu, uitladen en mensen eruit, inladen en mensen erin, en vertrekken. En dat in 10 minuten.
Om acht uur zaten we in een taxi en twintig over acht waren we bij Monique (de vriendin van Vincent). We weten gelijk weer dat we terug zijn: veel haast en getoeter, wat een verschil met de bergen.

Eindelijk weer een heerlijke douche en schoon sanitair; verder de dag rustig aangedaan; een wandeling in de buurt van het huis van Monique, tassen en slaapzakken teruggebracht naar het reisburo en afscheid genomen van onze tourguide Robin (die nog even langs was gekomen).
Tegelijk hebben we een trip naar Chitwan geboekt, zondag vertrekken en dinsdag weer terug naar Kathmandu.

’s avonds lekker uit eten met Monique. John hebben we nog steeds niet gezien, die heeft pech: hij is op bezoek in een ander deel van Nepal maar kan niet terug komen door slecht weer.

Lees verder

nepal-2008: Dag 12

Qua wandeling geen zware dag, na twee en een half uur waren we in Lukla. Morgen ochtend vroeg met het vliegtuig weer naar Kathmandu. Als…. de weergoden meewerken. Het is erg grijs hier en er wordt al 2 dagen niet gevlogen; sommige mensen zitten hier al 2 dagen vast. Hopelijk is het morgen beter weer.

Wat bezielt een mens om hier naar toe te gaan? Er zijn veel ontberingen zoals harde bedden, nauwelijks of sanitair, lichamelijke inspanning, ’s avonds koude hotels… Het is een stuk avontuur, prachtige omgeving, schitterende uitzichten. Veel mensen trekken naar Base Camp, de laatste post voor de daadwerkelijke beklimming van de Mount Everest; de meeste toeristen die we tegen gekomen zijn hebben dat uiteindelijk ook gehaald, wij zijn al veel eerder omgekeerd omdat we niet genoeg tijd hadden en omdat mijn knieen het niet aan konden. Wij hadden 8 dagen voor heen en terug terwijl je moet rekenen op minstens 10 dagen om bij Base Camp te komen; daar zit dan een aantal rustdagen bij om aan de hoogte te wennen. Reken minimaal 5 dagen voor de terug tocht.
Toch zijn er velen die het sneller doen, sommigen lukt het, anderen niet. In Tengboche zagen we 4 amerikanen die in 9 dagen heen en terug wilden – gekkenwerk. Grote kans dat ze het niet zullen halen en eerder terug keren.

We hebben veel plezier aan de tocht beleefd, ooit willen we Base Camp nog een keer proberen te bereiken.

Lees verder

nepal-2008: Dag 11

Leve de pijnstillers!
Voor vertrek heb ik twee pijnstillers genomen in de hoop dat de tocht van vandaag, die erg naar beneden gaat, te doen zou zijn. En dat bleek het geval te zijn.
Vincent is eerst nog even met de gids Robin en drager Bubarish een stukje naar boven gelopen in de hoop de Mount Everest te zien, maar helaas die was niet zichtbaar. Vervolgens dus de afdaling, en vijf en een half uur later waren we op onze bestemming: Green Villige House waar we ook de eerste nacht doorgebracht hebben. Onderweg ben ik redelijk verbrand zonder dat ik het door had, mogelijk door de pijnstillers. In het laatste uur tilde ik mijn voeten niet meer genoeg op zodat ik vaak bleef haken achter stenen, ook dat wijt ik aan de pijnstillers – ongemerkt ben ik over grenzen heen gegaan.

De mensen hier in de bergen zijn ontzettend aardig, kijken je vriendelijk aan en groeten je altijd terug. Het is hier een zwaar leven, om zes uur begint men te werken en dat kan tot 6 of 7 uur ’s avonds doorgaan. Her en de zie je mannen de hele dag rotsblokken bikken om ze mooi vierkant te maken om een huis mee te kunnen bouwen. De was doe je vooroverstaand in een teiltje en met een borstel, vaak mij een openbare kraan. Daar was je je haar ook. Water kook je op een houtgrestookt vuurtje. Veel eten verbouwt men zelf, het is te duur om alles in te laten vliegen via Lukla, en vervolgens te laten sjouwen. Het leuke is wel dat als je eten met groente bestelt, iemand eerst naar buiten loopt en vervolgens de groente uit de tuin haalt.

En sjouwen, sjouwen, sjouwen.

Lees verder

nepal-2008: Dag 10

Helaas, weer geen helder weer, dus geen mooie uitzichten. Sterker nog: als we na een bezoek aan het klooster van dit dorp onderweg gaan is het erg mistig, we gaan onderweg in een wolk. Onderweg hebben we ook zo nu en dan lichte regen.
Het eerste stuk is naar beneden, het gaat redelijk vlot tot op het eind mijn knieen bijna niet meer willen. Vervolgens een stuk omhoog en een stuk zonder echte hoogteverschillen tot we bij ons einddoel van vandaag aankomen: Namche Bazar, hotel Namche Inn, waar we enkele dagen geleden ook geslapen hebben. Het laatste stukje was een lange trap naar beneden, mijn knieen stonden in brand, dat belooft wat voor morgen als de grootste afdaling komt…

We eten hier 3x per dag; elk hotel heeft min of meer hetzelfde menu. Bij de een is het wat lekkerder dan de ander, maar verder weinig variatie. Overal kun je westerse snacks krijgen: mars, bounty, chips, wijn, enz. De nepalezen zelf eten/drinken het niet, het is voor de toeristen.
Bestellen en bedienen gaat op een speciale manier: de gids vraagt wat je wilt eten/drinken en schrijft dat in een ‘day book’ van de kamer waar je in zit. Vervolgens loopt hij naar de keuken en bestelt het.
Het eten en drinken wordt dan vaak gebracht door de drager; hij ruimt ook meestal weer op.
Bij vertrek rekent de eigenaar aan de hand van het ‘day book’ uit wat de kosten zijn en die betaalt de gids dan. Wellicht kunnen daardoor de gids en drager goedkoper slapen in het hotel.

Lees verder

nepal-2008: Dag 9

Vandaag gaat de tocht naar Tenboche op een hoogte van 3850 meter. Het oorspronkelijke plan was om vanuit Tenboche nog een tocht te maken naar Panboche op net iets onder de vier kilometer maar gezien onze gesteldheid en tempo dat we halen besluiten we Tenboche ons eindpunt te laten zijn. Het eerste deel van de tocht is naar beneden omdat we een rivier moeten oversteken, daarna flink omhoog naar ons hotel Tashi Delek. De tocht volbrengen we in drie uur en een kwartier, en dat viel niet tegen. Onze gids had op veel uren extra gerekend gezien ons tempo. We waren erg blij dat we er waren, de knieen beginnen het te begeven.

Helaas geen uitzicht, halverwege de weg omhoog liepen we de wolken in en dat is zo gebleven. Hopelijk is het morgenochtend helder.

Alle hotels hier in de bergen lijken op elkaar. Het zijn houten gebouwen met een typisch interieur, zitbanken langs de muren en ramen, tafels voor de zitbanken. In het midden staat vaak een kachel.
De kamers zijn super eenvoudig: 2 bedden, een spaarlamp of tl-balk, een kussen en een deken. Muren en plafonds zijn niet afgewerkt. Het slot is een eenvoudig schuifslot met hangslot. Als je geluk hebt is er een ‘gewone’ wc, als je pech hebt een gat in de vloer; altijd gezamelijk. Er is geen wc papier, soms moet je doorspoelen met een emmertje water. Douches zijn sporadisch en moet je extra voor betalen. Ook heb je soms niet eens een al dan niet gezamelijke wastafel. Soms moet je betalen voor het laden van batterijen.
Als je eten bestelt kan het best gebeuren dat de kok vervolgens naar buiten loopt om boodschappen te doen.

De kamers hebben geen verwarming, alleen in de gezamelijke ruimte. Alleen hier in hotel Tashi Delek is die kachel daadwerkelijk aan geweest.

Lees verder