Weer vroeg op, 5 uur ontbijt (waar maar weinig mensen geweest zijn), 6 uur voor de laatste keer de hobbelrit in de bus naar Ulaan Baatar, en even na achten in een Chinese trein onderweg naar China. Overdag in de trein (onze coupe-genoten waren toevallig dezelfde als onze tentgenoten) heb ik veel geslapen, gelukkig is de diarree grotendeels weer voorbij. De tocht richting de grens gaat een heel eind door de Gobi-woestijn, veel zand, maar ook groene stukken en water. Niet echt het standaard beeld van een woestijn.
Aangekomen bij de grens staan we eerst ongeveer een uur aan de mongoolse zijde. Paspoorten worden weer ingenomen en meegenomen ter bestempeling, en om voor ons de tijd te doden begint de trein te rangeren: vooruit, wisselen, achteruit en nog een paar keer. Een leuk pauzeprogramma.
Aan de chinese kant werden we warm onthaald: uit de luidsprekers op het perron klinkt vrolijke fanfaremuziek en staan een hoop officiele mannen en vrouwen keurig in het gelid voor de witte lijn, een groots onthaal! De paspoorten werden weer ingenomen en we rijden weer weg, dit keer om het onderstel te wisselen omdat de spoorbreedte in China smaller is dan in Rusland. In een loods worden alle wagons losgekoppeld en een stukje uitelkaar gezet, vervolgens tillen vier liften de wagons op waardoor de twee onderstellen, die zo goed als los van de wagon zijn, los staan en worden weggereden. De nieuwe worden eronder gereden (in de loods liggen beide spoorbreedtes) en de wagon zakt op zijn nieuwe onderstellen. De hele operatie neemt nog geen 2 uur in beslag; alle wagons worden weer aanelkaar gehaakt en we gaan terug naar het perron. Nadat we de paspoorten terug hebben mogen we nog even de trein uit. Bij vertrek om 0:57 staan de officials weer keurig op een rijtje en klinkt er weer fanfaremuziek.
In totaal heeft de grensovergang vijf en een half uur geduurd; eten is er niet van gekomen, maar echt honger heb ik nog steeds niet (Vincent wel).
Vakantie: Moskou – Peking, dag 11
Het werd een woelige nacht op het kamp, ruim de helft deed aan overgeven en diarree, zo ook onze tentgenoten, en dat terwijl het de hele nacht weer flink regende. Dat het regende was maar goed ook want menigeen kon het overgeven niet inhouden tot bij de wc’s…
Vincent en ik hadden geen problemen, maar van slapen is niet veel gekomen. En dat terwijl er weer excursies gepland waren, om half negen vertrek. Uiteindelijk gaan er maar 25 mensen mee van de 38 excursisten, onze reisleidster Hischi vraagt of wij een ‘light’ programma willen, en het antwoord is volmondig JA, inclusief lichte lunch. Eerst naar een boeddha tempel, daarna naar een ger-tentenmakerij.
Tijdens de lunch kwam de eigenaar van de restaurants waar we de dagen daarvoor gegeten hadden verontschuldigingen aanbieden, dat was in ieder geval aardig.
Het regende ’s ochtends nog licht, maar in de middag hield het op en kwam een dun zonnetje tevoorschijn. We zijn nog naar de zwarte markt geweest, een enorm groot terrein met heel veel winkeltjes waar je zo ongeveer alles kan kopen, van zonnepanelen tot varkenspoten, van satellietschotels tot alle soorten en maten kleding. Wel leuk en door de grootte wel bijzonder.
Het verkeer in Mongolie is een ongelofelijke chaos. Er schijnen verkeersregels te zijn, maar dat is niet te merken, je rijdt gewoon waar je rijden wilt, en een ander vooral geen millimeter ruimte gunnen. Een kruispunt oversteken is vooral een kwestie van stukje voor stukje vooruit tot anderen wel voor je moeten remmen, en natuurlijk veel, heel veel toeteren. Er zijn bijna geen onbeschadigde auto’s, zelfs met een volledig inelkaar gereden achterbak ga je gewoon de weg op.
’s avonds blijkt dat het verhaal van het ziek worden van het eten niet op gaat, ook mensen die niet mee waren gister zijn ziek geworden al voordat wij terug waren. Het is waarschijnlijk een virus geweest, ook Vincent en ik moeten er uiteindelijk aan geloven en we krijgen diarree…
Vakantie: Moskou – Peking, dag 10
Dit wordt de dag van de excursies, eigenlijk is het gekkenwerk maar goed, iedereen die ingeschreven heeft voor de excursies, is om 9 uur paraat bij de bus.
Eerst naar het grote plein voor het parlementsgebouw, vervolgens naar het museum over de geschiedenis van Mongolie en een lunch in de vorm van een mongoolse barbecue. Dat laatste is flink nep, de mongolen barbecue-en heel anders dan wat in dit restaurant gebeurt, het blijkt een amerikaans concept te zijn. Maar het was wel lekker, alleen wat veel voor een lunch.
Het weer werkt vandaag niet mee, het regent pijpestelen. Het verhaal gaat dat de regen wordt opgewekt door iets in de wolken te schieten, dit om de enorme bosbranden die her en der woeden onder controle te krijgen. De branden ontstonden door de enorme hitte die hier vorige week heerste, temperaturen tot 45 graden.
Na de luch zijn we naar het zomer- en winterpaleis geweest, het wordt niet meer gebruikt en is opengesteld voor het publiek. Vervolgens naar het monument voor de gevallen (russische) soldaten in de tweede wereld oorlog dat wat hoger gelegen is waardoor je een mooi uitzicht over Ulaan Baatar hebt. Dat wil zeggen als het weer meewerkt, alles was nu grijs.
Volgende onderdeel is een bezoek aan een kashmir fabriek, daar hebben we gezien hoe van bijvoorbeeld kameelhaar een trui gemaakt wordt. Dit vond ik het leukste, indrukwekkende machines en heel veel dingen die met de hand gedaan worden, weefmachines aan de gang houden, kledingstukken weven, aanelkaar naaien, wassen, strijken en inpakken. Enorm veel handwerk. Overigens zou de hele fabriek plat gaan als de Arbo-dienst uit Nederland langs zou komen…
Toen nog naar een folklore voorstelling, niet echt mijn ding; ik vraag me dan altijd af wat Japanners in Nederland als folklore show te zien krijgen, en wat voor muziek ten gehore gebracht wordt.
Laatste onderdeel was een maaltijd in een restaurant, het duurde vreselijk lang voordat we eten kregen, en het was ook nog eens niet echt lekker. Verder was er niemand die echt honger had.
Kwart voor elf waren we weer terug in het kamp, een ontzettend lange dag.
Vakantie: Moskou – Peking, dag 9
Weer een korte nacht, de wekker gaat om half zeven want als het goed is komen we half acht aan in Ulaan Baatar. Het wordt half negen.
Mongolie is vele malen groter dan Nederland, maar er zijn er maar 2.5 miljoen inwoners waarvan een miljoen in de hoofdstad Ulaan Baatar wonen. Als we na een ontbijt en geld wisselen (1500 Turuk voor 1 euro, er is zelfs nog muntgeld van onder de 1 Turuk) met in totaal 46 Nederlanders op weg gaan naar ons verblijf, zien we voor het eerst iets van het mongoolse leven. Het is een arm land en dat merk je aan bijvoorbeeld de infrastructuur: slechte tot zeer slechte wegen, en werkelijk overal ligt afval. Aan de buitenkant van de stad wisselen tenten en stenen huisjes elkaar af, het wonen in de zogenaamde ger-tenten is de traditionele manier van wonen. Een deel van de tenten heeft electriciteit, en her en der zie je satellietschotels naast een tent staan.
Buiten de stad worden de wegen nog slechter – en je moet nog tol betalen ook; gelukkig houdt de rotzooi langs de weg op (behalve in de buurt van dorpjes). De omgeving is heuvelachtig en redelijk groen met hier en daar plukken bomen.
Traditionele mongolen zijn nomaden, ze trekken met hun vee en tenten naar de gebieden waar genoeg gras is voor hun vee; ze trekken rond met paarden, koeien, schapen, geiten en yak’s – een soort langharige koeien. Daarnaast wordt veel kolen, koper en andere mineralen gedolven en geexporteerd, daar haalt het land aardig wat inkomsten mee binnen.
Na ruim een uur hobbelen in de bus komen we bij ons verblijf aan, het is een kamp dat is opgezet door de reisorganisatie Tiara Tours, we slapen met zijn allen in twee- en vier-persoons ger-tenten. De tenten zijn erg ruim van binnen, ze zijn rond en dat geeft veel ruimte. Er staan 4 traditionele bedden in, en nog wat meubulair zoals een tafel, wat krukjes en een hout-gestookte kachel. Sanitaire voorzieningen zijn in een centraal stenen gebouwtje, een grote tent is ingericht als restaurant; alles is prima in orde.
Aan het eind van de dag worden we meegenomen naar een rots in de vorm van een schildpad, ik ben niet echt onder de indruk; vervolgens zijn we naar een boeddistisch meditatiecentrum gebracht, dat wil zeggen dat de bus ons over een onmogelijk weggetje een heel eind brengt, en dat we het laatste stuk moeten lopen. Het meditatiecentrum ligt op een helling, eenmaal aangekomen heb je een prachtig uitzicht over het heuvellandschap. In de verte hoorden we een sopraan zingen, later zagen we haar zitten en zijn we er even naar toe gelopen, het is ongelofelijk hoe het geluid vanaf die plek door de bergen heen klinkt.
Als laatste zijn we op bezoek geweest bij een nomadenfamilie, iedereen had enige moeite om zomaar een tent binnen te lopen, maar uiteindelijk zaten we met een grote groep in een cirkel rond de kachel. Wij konden via de reisleidster vragen stellen aan de familie en omgekeerd, na afloop was er nog een fotosessie waarvoor de familie zich eerst nog even snel omkleedde.
De dag werd afgesloten met een maaltijd in de restaurant-tent en een paar glazen lekkere Mongoolse Chinghhis vodka.
Vakantie: Moskou – Peking, dag 8
We moeten weer vroeg op, kwart voor vijf worden we opgehaald om de trein van 1:04 (Moskou tijd uiteraard, 6:04 lokale tijd) te halen. Hij blijkt al om 5:43 te vertrekken, verwachte aankomsttijd in Ulaan Baatar is morgen 7:30.
Het kostte veel tijd vor we onze cabine in konden in treinstel 5, Mongolen hadden vele cabines ingenomen! We waren er al voor gewaarschuwd, je moet ze gewoon uit je coupe jagen. Nou ja, gewoon… Die lui hadden flink ingeslagen in Rusland en hun hele hebben en houden moesten de coupe’s uit en naar, uh, waar? Eerst maar in het gangpad, coupe na coupe werd ontruimd,en als je niet oplette namen ze gelijk een andere coupe in beslag. Na een tijdje konden we onze coupe betrekken, en nog veel later kwam er enige ruimte op de gang. Hoe dit zo allemaal kan is mij een raadsel – alle plaatsen zijn gereserveerd, hebben ze wel een kaartje? Ons wagon-vrouwtje stuurt ze er in ieder geval niet uit.
Deze mongoolse trein is veel minder luxe dan de vorige trein, het ruikt muf, de matrassen zien er niet uit. De coupe’s zijn iets kleinder omdat er een coupe per treinstel meer is dan in de andere trein.
We reizen vandaag met twee Fransen die met een wereldreis bezig zijn die een jaar gaat duren. De jongen spreekt alleen frans, het meisje spreekt redelijk goed duits.
Onze mongoolse medereizigers beginnen de gang weer vol te zetten en slepen allerlei dozen, pakketten en linnen continu heen en weer tussen de wagons, iets wat het grootste deel van de reis door blijft gaan. In de coupe naast ons zit een Engelse jongen in zijn eentje, dat wil zeggen: binnen de kortste keren zit er een heel contingent Mongolen, uiteindelijk is de jongen vertrokken naar een andere coupe. Een mongoolse dikke vrouw heeft de regie, we noemen haar Big Mama.
Toen onze conductrice (provodnica) in de gaten kreeg dat de cabine naast ons nu vol Mongolen zat kwam ze een kijkje nemen, en schudde haar hoofd. Dit kan toch niet! Vervolgens zie ik een hand met geld uit de coupe komen; de provodnica neemt het geld aan en loopt weg…
In Ulan Ude wordt onze electrische locomotief vervangen door een diesel-versie, gelijk na Ulan Ude houdt de electrische bovenleiding op en wordt het grotendeels enkel spoor. Dus geen enorme hoeveelheden tegenliggend vrachtverkeer meer.
De grens met Mongolie nadert, en de gangen raken weer leeg, de Mongolen zijn hun handelswaar her en der aan het verstoppen, naar ieders idee om de douane te omzeilen. Luiken in de vloer worden geopend en allerlei handelswaar verdwijnt onder leiding van Big Mama onder de grond. Alle vakantiegangers staan er met hun fototoestel bovenop ook al willen ze niet dat ze gefotografeerd worden.
Aan de russische kant van de grens is de verwachte stoptijd zo’n 3.5 uur. Eerst moeten we in de trein blijven totdat alle paspoorten zijn opgehaald; het is hier bloedheet, tegen de 40 graden. Na het ophalen van de paspoorten mogen we uit de trein, maar het is buiten nauwelijks koeler.
Na ongeveer 4 uur stil staan, de avond begint ondertussen te vallen en de temperatuur zakt iets, worden we weer de trein ingestuurd. De paspoorten komen uiteindelijk terug, en dan begint een grote zoekaktie naar onder andere verstekelingen, eerst onder de trein en later wordt iedere coupe uitgekamd. Ook de luiken in de vloer gaan open, Big Mama erbij staan, maar er gebeurt verder niets, behalve dat een van de mongolen plotseling van drie ramen de zonwering half naar beneden doet. He? Waarom? Als de inspecteurs bij hun coupe in de buurt komen staat onze conductrice plotseling bij de zonwering, en doet een van de drie 2x naar boven en beneden, ongetwijfeld een signaal over wat de mongolen te wachten staat…
Na de inspectie staan we nog een tijdje te wachten, en dan gaan we eindelijk op weg, helaas is het ondertussen al donker. Ook krijgen we weer een nieuwe diesel-locomotief.
Niet lang daarna staan we alweer stil: we zijn bij de grens zelf aangekomen (een hek onder spanning) en nu inspecteren Mongoolse grenswachters de trein van buiten. Daarna op naar het eerste Mongoolse station, verwachte stoptijd: anderhalf uur, en dat wordt redelijk gehaald. Weer allerlei controles, paspoorten inleveren en papieren invullen. En weer een nieuwe diesel-locomotief. De hele grenstoestand heeft bijna 8 uur geduurd, voor het grootste deel in een ontzettende hitte; om twee uur ’s nachts gaan we eindelijk naar bed, terwijl de Mongolen alweer met hun handel aan het heen en weer rennen zijn.
